De pastorie van Schriek (1776) wordt van in de toegangspoort tot aan het achterpoortje van de tuin beheerst door een strikt volgehouden symmetrie, op de middenas ligt de gang van het imposante woonhuis.
Van hieruit heeft men toegang tot een wachtkamer, de keuken, een slaapkamer en een rijkelijk ingerichte ontvangstruimte.
Links en rechts van het met plantsoenen opgesmukt voorhof, bevinden zich bijgebouwen waar vroeger de paarden en de koetsen gestald werden.
Op het platteland was de pastoor een van de belangrijkste figuren in het dorp. Hij was een vooraanstaand en geleerd man met veel gezag. Naast religieuze taken, zoals de mis opdragen, sacramenten toedienen en catecheselessen organiseren, vervulde hij ook maatschappelijke taken zoals zieken- en armenzorg. Hij was ook verantwoordelijk voor het bijhouden van de parochieregisters, waarin doopsels, huwelijken, begrafenissen werden genoteerd.