Guérande
Het gebied rond het Bretonse stadje Guérande vormen een indrukwekkend landschap en is rijk aan moerassen of paludes, vandaar de benaming paludiers voor de zoutpanarbeiders.
Zout is de trots van Guérande en zorgt al sinds de ijzertijd voor de rijkdom van het schiereiland en maken deel uit van het natuurlijke en historische erfgoed.
Vandaag nog steeds oogsten zoutpanarbeiders het zout volgens eeuwenoude gebruiken en een even oude vakkennis.
De huidige techniek dateert uit de IXe eeuw.
De Kelten lieten het zeewater binnenkomen via een ingenieus kanalenstelsel waarbij het zout van het ene naar het andere ondiepe bassin werd geleid.
Het gehele proces duurde zo’n twee weken, waarna het zout in het laatste bassin door de zon gedroogd werd en handmatig opgeschept.
Vandaag de dag wordt in Guérande nog op exact dezelfde manier zout gewonnen als de Kelten dit meer dan tweeduizend jaar geleden deden.
Het mineraalrijke, zachte en zuivere karakter dankt het pure, ongeraffineerde Keltische zeezout aan dit unieke proces.
Er zijn twee soorten zout:
- De ‘fleur de sel’ is een fijne zoutkorrel, die men wint aan het oppervlak van het water.
Het zout is fijner dan gewoon zout en wordt in kleine hoeveelheden gewonnen.
- Het grijze zout wordt op de bodem gewonnen en is ook grover van korrel.